Gedicht

Verhaaltjes van pake Eelke – deel 1 – het Oude Testament

———————————————————————————————-

Hoofdstuk 1  – Het Paradijs – Genesis 1, 2 en 3

Lieve kleinkinderen Klaas, Niels, Meike, Lieke,

Annemijn, Yfke, Anniek en Jonna.

Jullie hebben van omie en mij al een kinderbijbel gekregen en nu krijgen jullie er nog één. In die eerste kinderbijbel ging het over de Here Jezus. In de bijbel is dat het tweede deel, dat jullie dus al hebben, het Nieuwe Testament.

Nu ga ik beginnen met het vertalen, navertellen van verhalen uit het Oude Testament, zoals Ulbe van Houten die in zijn kinderbijbel ‘De Hillige Histoarje’ verteld heeft.

Het eerste hoofdstuk gaat over het ontstaan van deze wereld en over het Paradijs, de Hof van Eden, de mooie tuin waar de eerste twee mensen op deze aarde gewoond hebben.

Het ontstaan van deze wereld, het ontstaan van het grote heelal wordt daar beschreven. In de bijbel staat dat God alles gemaakt heeft, maar niet hoe en wanneer Hij dat gedaan heeft. De bijbel is geen aardrijkskundeboek. Nee, geen natuurkunde, geen biologie en geen scheikunde kunnen jullie leren uit dit boek van God.

In de bijbel staat dat God het begin is van al het leven op deze wereld. Ook jullie en omie en ik hebben ons leven van God gekregen. De geleerdste mensen op deze wereld kunnen uit dode stoffen geen leven maken. Nee, dat kan God alleen. Sterker nog, God heeft niets nodig om iets te scheppen. Hij zegt het en het is er. Voor ons mensen onbegrijpelijk, maar weet goed, dat God ook geen mens is! God is God.

Wij kennen allemaal onze geboortedatum, maar op welke dag wij eenmaal moeten sterven, dat weten wij niet. Na onze dood wordt ons lichaam na lange of korte tijd weer tot stof. Je kunt ook zeggen dat ons lichaam vergaat tot aarde of gewoon modder.

Maar met dank aan de Here Jezus mogen wij allemaal ons leven, wanneer wij sterven, aan Hem toevertrouwen. Ook nu al. Aan Jezus, die bij Zijn Vader, bij God in de hemel woont. En dat mag ook nu al, gedurende ons hele leven.

Ik schreef in de regel hierboven: met ons leven. Mijn moeder leerde mij vroeger met je ziel, terwijl ik altijd zeg van met je eigen ik, de persoon die jij bent, je persoonlijkheid. Ja, met je leven dat jij van God bij je geboorte gekregen hebt. Die persoon, die jij bent, die sterft namelijk nooit. Dat doet alleen je lichaam.

In de kinderbijbel, die jullie al van ons gekregen hebben, kunnen jullie lezen dat onze Here Jezus met zijn bloed, met zijn sterven aan het kruis op Golgotha, en met Zijn opstanding uit de dood, voor alle straf betaald heeft, die wij mensen verdiend hadden.

================================================

Hoofdstuk 2  – Twee broers – Genesis 4 : 1 – 16

Lieve kleinkinderen,

Toen ik vroeger naar de lagere school ging, in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw, moest ik elke week een psalmversje leren, dat wij ’s maandagsmorgens om de beurt in de klas moesten opzeggen.

Ik had niet zo’n best geheugen, (nog niet) maar ik kan mij wel heel goed herinneren dat ik bijna elke zondagavond dat versje nog uit mijn hoofd moest leren. Zelfs na een week lang veel oefenen, kende ik het nog niet. Mijn jongste zus hielp mij dan zondagsavonds voor het slapen gaan, zodat ik de volgende morgen toch een 10 kreeg voor mijn psalmversje.

Eén van die psalmversjes was: ‘Ai ziet, hoe goed, hoe lief’lijk is ‘t, dat zonen. Van ‘t zelfde huis, als broeders, samen wonen ….’ (Psalm 133 : 1)

Aan dit psalmversje moest ik denken, toen ik onderstaand hoofdstuk gelezen had.

Hoe goed is het dat broers als vrienden met elkaar omgaan. Maar dat is niet altijd zo. Hebzucht, jaloezie, verkeerde keuzes in je leven maken, kan erg veel kapot maken.

========================================================

Hoofdstuk 3  – Twee groepen mensen – Genesis 5 en 6 : 1 – 10

Lieve kleinkinderen,

Toen ik zo oud was als onze jongste kleindochter Jonna nu is, (8 jaar) zag de wereld er totaal anders uit als nu. Televisie bestond nog niet. Wel was er de radio. Maar mijn moeder kon die niet betalen. Gelukkig verhuurde de PTT voor heel weinig geld luidsprekers, waarmee je naar 4 radiozenders kon luisteren.

Wij mochten thuis alleen maar naar de NCRV luisteren. Ook de VARA was een verboden zender. Als mijn moeder op de radio de haan van de VARA hoorde kraaien, zei ze heel boos: ‘Weg die zender.’

Mijn zus Aly, die graag naar de ‘Arbeidsvitaminen’ van de VARA luisterde, zei dan: ‘Goed mama.’ Maar ze draaide de knop dan stiekem weer terug naar de VARA, waar heel mooie muziek te beluisteren was. Mijn moeder had dat niet door.

‘Maar, toen er nog geen televisie was, wat deden jullie dan ’s avonds?’ zullen jullie je afvragen. Nu, soms luisterden we naar een hoorspel op de radio of we deden met elkaar spelletjes aan de grote tafel in de woonkamer. Was altijd heel gezellig. En wat we ook deden? Een quiz maken. Zelf vragen bedenken. Vaak vragen uit de bijbel. Eén van die vragen was: Hoe heette de oudste man op de wereld en hoe oud is hij geworden?

Nu, op die vraag krijgen jullie in onderstaand hoofdstuk een antwoord.

================================================